In het Vlaamse regeerakkoord Vlaanderen 2009-2014 stelt de regering een Vlaamse hospitalisatieverzekering in het vooruitzicht. Maar is een Vlaamse hospitalisatieverzekering wel nuttig? Zorgnet Vlaanderen analyseerde de bestaande markt van de bestaande hospitalisatieverzekeringen . Daaruit volgen een aantal beleidsvoorstellen, maar ook wat nuttige tips voor de patiënt.
Jaarlijks belandt één op de zes Belgen in het ziekenhuis, bij 70-plussers is dat één op de drie. Ook gezinnen met kleine kinderen lopen een groter risico op een ziekenhuisopname. Gelukkig wordt in België het grootste gedeelte van de kosten terugbetaald door de verplichte ziekteverzekering. En toch kunnen patiënten met veel extra kosten geconfronteerd worden: remgelden, niet-terugbetaalbare geneesmiddelen en materialen, ereloonsupplementen… Voor een hospitalisatie met overnachting betaalt de patiënt gemiddeld 507 euro uit eigen zak. Eén op de zes moet zelfs meer dan 1.000 euro ophoesten. Vandaar dat steeds meer mensen, individueel of via hun werkgever, een hospitalisatieverzekering afsluiten. Op dit moment zijn er heel wat polissen op de markt, elk met een verschillende dekking (zie p. 21-22 in de publicatie). Die bepaalt samen met de leeftijd en eventueel de medische geschiedenis wat de premie zal zijn. Concreet kan de patiënt de premie van een individuele ziektekostenverzekering slechts drukken door zo jong mogelijk een hospitalisatieverzekering te nemen, akkoord te gaan met een hoge franchise en de dekking te beperken tot de opname in een tweepersoonskamer waarbij de verzekeraar ook honorariumsupplementen van de artsen terugbetaalt.
De Vlaamse regering speelt nu met het idee om een specifieke Vlaamse hospitalisatieverzekering op te starten. Dit kadert binnen haar bevoegdheid over bijstand aan personen. Medische kosten die in aanmerking komen voor terugbetaling via de verplichte verzekering vallen buiten haar bevoegdheid. Van de kosten die horen bij een ziekenhuisopname (geneesmiddelen, gebruiksmaterialen, materialen en implantaten, ereloonsupplementen, kamersupplementen, diverse kosten als televisie of overnachtingsmogelijkheid) zijn er echter maar weinig die geen medisch karakter hebben. Alleen remgelden en ereloonsupplementen zijn moeilijker als het een of het ander te definiëren. De vraag stelt zich dan ook wat de Vlaamse regering precies zou willen verzekeren.
Zorgnet Vlaanderen meent dat er dringender noden zijn dan een Vlaamse hospitalisatieverzekering voor niet-medische kosten en vraagt de Vlaamse regering de volgende alternatieven te overwegen, die de bescherming van de kwetsbaarste patiënten beogen:
1. De laatste tijd verblijven patiënten steeds minder lang in het ziekenhuis, een gevolg van het overheidsbeleid dat ziekenhuizen en artsen stimuleert om het aantal ligdagen te beperken. Voor jonge en gezonde patiënten is dat meestal geen probleem, maar voor ouderen en chronische patiënten des te meer. Zij dan als het ware “te goed” om in het ziekenhuis te verblijven, maar “te slecht (omringd)” om zelfstandig thuis te revalideren. De Vlaamse zorgverzekering zou op deze noden kunnen inspelen en tegemoet komen in de niet-medische kost (voornamelijk verblijfskost) die gerelateerd is aan het verblijf in een aangepaste zorgvorm zoals een verpleeghuis of herstelverblijf. Zo kan de patiënt die overgangsperiode op een veilige en aangename manier overbruggen.
2. De Vlaamse overheidsverzekering zou kunnen tussenkomen in de “dubbele” woonkosten van chronisch of langdurige zieken. Wanneer zij in het ziekenhuis worden opgenomen verdwijnen de kosten van hun (gehuurde) woning immers niet. Zij worden dan geconfronteerd met dubbele kosten, die zo zwaar kunnen doorwegen dat de patiënt in de armoede terechtkomt.
Lees de publicatie van Zorgnet Vlaanderen