Maandenlang al wordt de studie van de professoren Jozef Pacolet en Jef Breda over de programmatie in de thuiszorg en de ouderenvoorzieningen aangekondigd. Na meermaals uitgesteld te zijn, werd ze gisteren dan toch voorgesteld in de Commissie Welzijn van het Vlaams Parlement. Zorgnet Vlaanderen was erbij.
De Vlaamse overheid bestelde de studie in het licht van het nieuwe woonzorgdecreet dat in voorbereiding was en in 2010 in voege trad. Concrete opzet was een nieuwe programmatie van de thuiszorg en de residentiële zorg te formuleren. De studie brengt een informatief overzicht van het actuele zorggebruik in zowel thuiszorg als ouderenvoorzieningen. Het Vlaamse beleid wordt bovendien vergeleken met dat van onze omliggende landen. Daaruit blijkt dat Vlaanderen best tevreden mag zijn met zijn actuele kwantitatief en kwalitatief aanbod in de thuiszorg en de residentiële ouderenzorg.
De onderzoekers geven zelf een aantal beperkingen aan waarmee ze geconfronteerd werden. Enerzijds deed nieuwe terminologie in thuiszorg en (semi-)residentiële ouderenzorg haar intrede, waaraan iedereen in een eerste periode wat moet wennen. Anderzijds heeft de Vlaamse overheid slechts een partieel zicht op de realiteit van de hulp- en dienstverlening.
Visie Zorgnet Vlaanderen
De ambities van het woonzorgdecreet zijn erg groot: thuiszorg en residentiële zorg moeten in de toekomst echt complementair worden. De optie voor de thuiszorg wordt daarbij prioritair naar voren geschoven, weliswaar ondersteund met tussenvormen van zorg en in optimale samenwerking met de residentiële zorg.
Zorgnet Vlaanderen onderstreept het pleidooi van de studie om programmatie op een ruimer niveau te bekijken (op lokaal en regionaal niveau). Als de programmatie geïntegreerd bekeken wordt, dan moet evenwel hetzelfde gelden voor de financieringsmechanismen. “Het is dan ook noodzakelijk het totale kostenplaatje van federale en Vlaams gefinancierde zorg te maken”, meent Tarci Windey (sectorcoördinator ouderenzorg van Zorgnet Vlaanderen). “Het aandeel dat elke cliënt betaalt naargelang het type zorgvorm moet dringend in beeld worden gebracht, evenals de solidaire kost die de samenleving bijdraagt.
Ook de oefening in de studie over substitutie tussen zorgvormen is volgens Zorgnet Vlaanderen erg nuttig: uit de studie blijkt dat substitutie onder bepaalde voorwaarden best mogelijk is. “Maar daarbij moet er steeds voldoende keuzevrijheid blijven voor mensen met complexe zorgvragen. In elke regio moet dus een voldoende gedifferentieerd aanbod beschikbaar blijven”, stelt Tarci Windey. Zorgnet Vlaanderen stelt vast dat het belang en het aandeel van de thuiszorgondersteunende zorgfuncties (tijdelijk verblijf, dagverzorging…) hierin schromelijk onderlicht blijven, zeker in het uittekenen van een haalbaar toekomstperspectief.
Wat volgens Zorgnet Vlaanderen enorm onderbelicht blijft in de studie, is het onschatbare belang van de mantelzorgcapaciteit. Formele thuiszorg haalt zijn continuïteit bijna uitsluitend op basis van informele zorg van partners en vrijwilligers. Tot maar liefst 80% van de thuiszorg wordt door hen geleverd.
Bovendien zal er door de toenemende vergrijzing steeds meer nood zijn aan zorgpersoneel, iets wat nu al voor heel wat problemen zorgt. “En dat is toch een belangrijke overweging om de keuze voor thuiszorg in een ruimere context te nuanceren.”
Een laatste belangrijke kanttekening van Zorgnet Vlaanderen ligt bij de meerkosten die gepaard gaan met thuiszorg als eerste keuze. Die worden door de onderzoekers aangebracht, maar blijven volgens Zorgnet Vlaanderen tot vandaag erg onderschat door de Vlaamse overheid.