Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) onderbouwt in de studie een aantal -internationaal reeds jaren- gekende tendensen, nu ook voor België.
- Voor vele onderzoekingen die in een grijs verleden enkel met de CT –scan konden uitgevoerd worden, zijn de Magnetische Resonantie (MR) toestellen momenteel een beter alternatief. Ze zijn performanter op vlak van beeldkwaliteit, beeldmogelijkheden en patiëntveiligheid (vermijden van röntgenstralen ).
- Door de overregulering van de MR toestellen door de overheid konden evenwel vele ziekenhuizen deze toestellen niet plaatsen en hadden de ziekenhuizen met een toestel vaak een fors capaciteitstekort voor hun toestel. .Daardoor dienden de artsen noodgedwongen bijna steeds eerst CT-scan opnames te maken om een snelle medische evaluatie van de toestand te kunnen doen. Daarna plaatste men de patiënt op de wachtlijst van een ziekenhuis met een MR toestel .
Met deze situatie was niemand gediend: de patiënt kreeg nodeloos een extra CT-scan en werd daarmee blootgesteld aan röntgenstraling zonder dat dit echt nodig was, de geneesheer-specialisten in het ziekenhuis konden hun patiënten niet volgens de huidige stand van de wetenschap onderzoeken, en de ziekteverzekering betaalde samen met de patiënt een (relatief duur) onderzoek te veel.
Zorgnet Vlaanderen is dan ook verheugd vast te stellen dat het KCE een aantal wetenschappelijk onderbouwde aanbevelingen doet die volledig in de lijn liggen van wat de ziekenhuizen al jaren vragen aan de overheid.
-
Een versoepeling of afschaffing van de MR programmatie
-
Bij vasthouden aan programmatie dient meer rekening gehouden te worden met aantal ambulante consultaties
-
Bij afschaffing van de programmatie kan best een gezamenlijke MR-CT financiering in functie van het patiëntenprofiel van een ziekenhuis worden ingevoerd
Een aantal andere aanbevelingen tonen echter aan dat ook het KCE nog steeds kiest voor een benadering van de geneeskunde vooral vanuit een perspectief van kostenverlaging en minder vanuit de invalshoek van de verbetering van de kwaliteit . Het KCE pleit niet in de eerste plaats het gebruik van wetenschappelijke aanbevelingen voor bepaalde diagnostische onderzoeken , maar grijpt terug naar de oude remedies. Met name doet het KCE de suggestie om het toewijzen van NMR’s aan ziekenhuizen te koppelen aan een contractuele verbintenis inzake het afbouwen van het aantal CT-apparaten.
Waarom? Het oneigenlijk gebruik van onderzoeken dient absoluut tegengegaan, daar zijn we het ten volle mee eens. Doch dit bereikt men niet door nu weer een schaarste in CT-scans te induceren. Er is en blijft immers een ruim indicatiegebied voor CT-scan onderzoek bestaan, dat niet kan overgenomen worden door een MR-onderzoek.
Zorgnet pleit voor een responsabilisering van de zorgprofessionals op basis van hun expertise en van wetenschappelijk verantwoorde praktijken, en niet opnieuw op basis van een rigide overregulering van aantallen toestellen. Waarom kiest men toch steeds voor kwantiteitskenmerken en blijven kwaliteitskenmerken achterwege?
Een laatste belangrijke vaststelling van het KCE is dat er onvoldoende gegevens beschikbaar waren over de erelonen van de radiologen, waardoor men de opbrengsten van de MR voor het ziekenhuis niet juist kon berekenen. Hier pleit Zorgnet Vlaanderen voor meer transparantie en solidariteit. We moeten duidelijk kunnen aantonen welke diensten in een ziekenhuis verlieslatend en welke winstgevend zijn. Dit zal toelaten om eindelijk een correcte financiering te krijgen voor elke dienst en elke medische discipline in een ziekenhuis. Wij betreuren een gefragmenteerde aanpak waarbij slechts een enkele dienst van een ziekenhuis wordt bekeken. Dit geeft immers een vertekend beeld. Een ziekenhuis is het geheel van alle diensten, waarbij 24 uur op 24 uur patiënten worden verzorgd, opgevangen en behandeld. Men vergeet vanuit economisch standpunt wel erg snel dat een dienst medische beeldvorming de andere medische disciplines die onderzoeken aanvragen ondersteunt.
De volledige studie van het Kenniscentrum is hier te downloaden. Het persbericht van het Kenniscentrum vindt u hier.