Chris Gastmans, Hoogleraar Medische Ethiek aan de Katholieke Universiteit Leuven en stafmedewerker van Zorgnet Vlaanderen, schreef een open brief. Dit naar aanleiding van de media-aandacht voor de euthanasievraag van de 93-jarige mevrouw van Esbeen.
Het verhaal van de 93-jarige mevrouw Van Esbeen dat gisteren uitvoerig in de media werd becommentarieerd, is een schoolvoorbeeld van wat men een hedendaagse zorg-ethische vraagstelling zou kunnen noemen.
In de dagelijkse omgang met hulpbehoevende mensen kan men plots voor moeilijke keuzes worden geplaatst. De vraag dringt zich op wat goed is om te doen in dergelijke situaties. Het antwoord op deze vraag verdient grote maatschappelijke aandacht, niet alleen van hen die actief zijn in de zorgsector, maar ook van politici, ethici en eigenlijk van elke burger.
Ik wil eerst het probleem beschrijven. Daarna zal ik de contouren van een ethisch antwoord schetsen.
Wat is het probleem? Een oude vrouw uit de wens om zo vlug mogelijk te sterven, omdat verder leven voor haar geen enkele zin meer heeft. Deze situatie is zeker niet uniek. Steeds meer mensen worden oud, heel oud zelfs. In feite is dit het resultaat van de almaar verder ontwikkelende gezondheidszorg die mensen in staat stelt langer te leven. Aan deze op zich positieve evolutie is echter een schaduwzijde verbonden.
Ook aan een relatief gezonde oude dag zijn onvermijdelijk vervelende ongemakken verbonden. Het gehoor of het gezicht gaat achteruit, alsook de motoriek van de ledematen en de algemene mobiliteit.
Kortom, hoe langer hoe meer wordt de oude mens letterlijk en figuurlijk afgesloten van zijn omgeving en wordt zijn wereld kleiner. Soms zelfs nog kleiner dan zijn kamer, zijn bed, zijn zetel. Daarbij komt nog dat ook de omgeving zelf van de oudere ingrijpend verandert. Relaties met broers, zussen, vrienden, buren worden steeds schraler en zijn soms volledig weggevallen. Dit maakt de oudere mens extreem kwetsbaar, niet alleen fysiek en relationeel, maar ook psychisch en existentieel.
Deze extreme kwetsbaarheid wordt nog versterkt door het vooruitzicht dat geen beterschap te verwachten is. De laatste levensfase (enkele uren, dagen, weken, maanden, jaren) is onontkoombaar en onomkeerbaar. Vanuit deze kwetsbare positie kunnen mensen (de ouderen zelf maar ook hun kinderen) de vraag stellen: Wat is de zin van dit alles nog?
Hoe kunnen we op dit probleem antwoorden? De omgang met hoger geschetste situaties is door en door ethisch van aard. Ethiek manifesteert zich bij uitstek daar waar mensen kwetsbaar zijn.
Enkele suggesties voor een ethisch verankerde zorgaanpak. Ten eerste moeten we de kwetsbaarheid erkennen en dus zeker niet minimaliseren. Mensen die om euthanasie vragen verdienen onze volle aandacht. Door het ernstig nemen van de belevingen en de daaruit voortvloeiende stervenswens van de oudere mens kunnen we hem het gevoel geven ‘iemand’ te zijn waarmee rekening wordt gehouden. Misschien is dat gevoel van ‘persoonsidentiteit’ de laatste tijd wat verloren gegaan. Aandachtig zijn voor wat de ander te zeggen heeft is de centrale zorghouding die hier nodig is.
De oudere persoon ernstig nemen betekent ten tweede dat we de diepere oorzaken van de stervenswens proberen te achterhalen. Vooraleer we concrete antwoorden kunnen bedenken moeten we voor elke patiënt of bewoner apart onderzoeken wat precies het probleem is. Hierboven werd al duidelijk dat de oorzaak van de stervenswens divers kan zijn: lichamelijke klachten, psychische belevingen, relationele eenzaamheid, existentiële zinvragen, of een combinatie van dit alles. Een veralgemeende oplossing is meestal niet voorhanden en doet ook geen recht aan de uniciteit van elke oudere mens. Iemand die zich een last voelt van zijn geliefden vraagt om een andere aanpak dan een oudere die omwille van lichamelijke beperkingen niet meer kan zorgen voor anderen en zich daardoor onnuttig voelt. Nog anders is de situatie van een vrouw die zich schuldig voelt omdat zij een hoge ouderdom heeft bereikt terwijl haar dochter op vijftig jaar bij een verkeersongeluk is omgekomen.
Ten derde moeten we alle mogelijke oplossingen bedenken die de zwaarte van het bestaan van deze mensen kunnen verlichten. Soms kan een intensere lichamelijke comforttherapie soelaas bieden. Soms is een meer persoonlijke betrokkenheid van hulpverleners nodig, waardoor weer relaties kunnen ontstaan. In andere gevallen kan het vertellen van episodes uit het leven van de oudere opnieuw het gevoel van identiteit versterken, en daardoor zin toevoegen aan het broze bestaan.
Kortom, er bestaat geen passe-partout-antwoord op de zorgvragen van oude mensen voor wie het leven pijn doet. Wel kan men via een creatieve zorgaanpak veel pijn en lijden wegnemen, goed beseffende dat niet alle lijden lenigbaar is.
En wat dan met euthanasie? Het valt mij uit de reacties van de voorbije dagen op dat euthanasie soms als de deus ex machina wordt voorgesteld voor allerlei moeilijke problemen waarmee we in onze samenleving geen pasklare oplossing hebben. Voor ‘lijden aan het leven’ bestaat geen ‘oplossing’, we kunnen hoogstens menswaardig omgaan met de mensen die ermee worden geconfronteerd.
Mij lijkt het daarom voorbarig en al te gemakkelijk om euthanasie als oplossing naar voren te schuiven. De hoge ouderdom confronteert ons met nieuwe zorgnoden waarvoor we nog niet steeds een gepast antwoord hebben.
Onze maatschappelijke zorgverantwoordelijkheid stelt ons echter voor de dwingende opdracht op creatieve wijze te blijven zoeken naar gepaste zorgvormen die een antwoord kunnen inhouden voor deze ‘nieuwe noden’. Een samenleving die te snel kiest voor euthanasie loopt het gevaar kansen voor de zorg te laten liggen.
Daarnaast wil ik ook wijzen op de enorme druk die de euthanasievraag legt op de schouders van de zorgverleners die ermee worden geconfronteerd. Onderzoek bij Nederlandse huisartsen toont aan dat betrokkenheid bij euthanasie een zware emotionele last kan betekenen die soms jaren nadien nog sporen nalaat.
Als we begrip opbrengen voor de situatie waarin kwetsbare ouderen en hun familie zich bevinden, dan mogen we van hen hetzelfde begrip vragen voor hen die op hun vragen moeten antwoorden. Mensen zijn mede-mensen en dus verantwoordelijk voor elkaar … tot aan het einde.